Hoe weet een gemeente eigenlijk of haar beleid werkt?

Gastblog55 weergaven
Hoe weet een gemeente eigenlijk of haar beleid werkt?

Een gemeente besluit de bijzondere bijstand ruimer toe te kennen. Twee jaar later is het budget op en staat de wethouder voor de raad. De vraag die dan komt is simpel, namelijk of het geholpen heeft. Het antwoord blijkt zelden simpel, en dat komt doordat niemand vooraf heeft vastgelegd waar je dat aan zou moeten zien.

Beleid maken gaat makkelijker dan beleid beoordelen

Bij het opstellen van beleid zit iedereen aan tafel. Er is een aanleiding, er is urgentie en er is een begroting. Bij het beoordelen ervan is dat anders. De aanleiding is weg, de betrokken ambtenaar werkt inmiddels ergens anders en de cijfers die je nodig hebt zijn nooit apart bijgehouden.

Daar komt bij dat gemeenten doorgaans wel weten hoeveel mensen ze bereiken, maar niet wie ze missen. Het aantal toekenningen staat in het systeem. Het aantal huishoudens dat recht had en zich nooit gemeld heeft, staat nergens. Bij regelingen rond armoede en schulden ligt dat niet-gebruik vaak hoog, soms boven de helft van de doelgroep.

Waarom cijfers alleen niet genoeg zijn

De registraties die een gemeente zelf heeft, geven een vertekend beeld. Dat komt door een paar dingen tegelijk.

  • je ziet alleen mensen die de weg naar het loket al gevonden hebben

  • dossiers worden bijgehouden voor de uitvoering, niet voor onderzoek, dus velden zijn onvolledig

  • verschillende afdelingen registreren dezelfde persoon anders, waardoor koppelen lastig wordt

  • een daling in aanvragen kan betekenen dat het beter gaat, of dat mensen zijn afgehaakt

Er speelt nog iets. Beleid in het sociaal domein werkt zelden alleen. Als de schuldhulpverlening beter gaat lopen terwijl tegelijk de energieprijzen dalen en het minimumloon stijgt, is achteraf nauwelijks toe te rekenen welk deel van de verbetering door welke oorzaak komt. Zonder vergelijking met gemeenten waar het beleid niet is veranderd, blijft dat gissen.

Dat laatste punt is het lastigst uit te leggen in een raadsvergadering. Precies hetzelfde cijfer kan een succes of een probleem betekenen, en zonder aanvullende informatie kun je niet zeggen welke van de twee het is.

Wat een blik van buiten toevoegt

Een gemeente kan veel zelf. Waar het meestal misgaat is niet de kennis, maar de positie. Wie het beleid heeft bedacht, kan moeilijk onbevangen vaststellen dat het niet werkt, en dat geldt ook voor de afdeling die het uitvoert.

Onderzoeksbureau Kwiz of een vergelijkbare partij heeft dat probleem niet, en beschikt bovendien over vergelijkingsmateriaal uit andere gemeenten. Dat laatste is vaak waardevoller dan het onderzoek zelf, want pas als je weet hoe het elders loopt, kun je beoordelen of jouw cijfer hoog of laag is.

In de praktijk gaat het om vragen als hoe groot de doelgroep werkelijk is, waarom mensen geen gebruik maken van een regeling en of een aanpak elders navolging verdient. Beleidsonderzoek laten uitvoeren door Kwiz of een ander bureau is daarbij geen eindpunt maar een startpunt, want de uitkomst moet daarna nog vertaald worden naar een besluit.

Vooraf afspreken wat je wilt weten

De grootste winst zit niet in beter onderzoek achteraf, maar in een betere vraag vooraf. Leg bij het vaststellen van beleid meteen vast waaraan je over twee jaar wilt aflezen of het gewerkt heeft, en welke gegevens daarvoor bijgehouden moeten worden.

Concreet betekent dat drie afspraken. Welk effect verwacht je, waaraan zou je dat moeten kunnen zien, en welke gegevens moeten daarvoor vanaf dag één worden vastgelegd. Dat derde punt wordt het vaakst overgeslagen, en juist daar loopt een evaluatie later op stuk.

Reacties (0)

Nog geen reacties — wees de eerste.

Laden…

Meer artikelen